Moed; bezieling die van binnenuit komt

Door Maria Mazarakis

“Intuïtie gaat niet over de spontane ingeving of over wat het fijnst voelt, maar kiezen voor iets dat je angst inboezemt en wat toch heel sterk resoneert in je”. Deze uitspraak hoorde ik een paar weken geleden. Hieraan denk ik nu, bij het schrijven over moed. Of het waar is laat ik nog even in het midden. Ook denk ik aan mijn dochter die deze week een auditie deed voor het zingen van een solo voor een voorstelling van school. Ze werkte er keihard voor. Ze wist dat ze enorm zenuwachtig zou zijn tijdens haar auditie, wat zeker niet in haar voordeel zou werken. Ook opteerden er meer en betere zangers voor een solo, waardoor de kans op die solo klein zou zijn. En toch ging ze er geheel voor. Bijzonder vind ik dat. Wat maakt zich dan meester van je. Noem je dat moed? Wat is moed eigenlijk? Is dat durf, vertrouwen, enthousiasme, bezieling? Heeft mijn dochter lef? Of is het eerder de enorme innerlijke drive, die haar meeneemt, een hartstocht die vervult wil worden, ongeacht wat ze tegenkomt. Moedig zijn, is dat aan te leren? Of wordt moed enkel van binnenuit gevoed?

Moedig?
“Wat moedig van je”, zeggen mensen wanneer ik hen vertel dat ik ‘anders’ verder ga met het Inspiratiehuis en stop met de verhuur van ruimten. Wat maakt mij moedig? Zeven jaar run ik nu het Inspiratiehuis Arnhem. Ik geef het identiteit en invulling. Door mee te bewegen met wat zich voordoet aan vraagstukken verandert de identiteit en ook de invulling. “Alles is passend te maken als je weet te spelen met de ingrediënten”, zei eens een financieel adviseur tegen mij. Dat heb ik onthouden en daarmee heb ik gespeeld. Het Inspiratiehuis en ik, we willen beweging generen bij mensen, waarbij verwondering de sleutel is om die beweging in gang te zetten. Dat kan door middel van programmering en ook door het verhuren van de ruimten die uitnodigend zijn om in beweging te komen. Ik heb meebewogen. Ik heb me laten leiden door wat er op mijn pad kwam en… ik heb me ook laten verleiden. Dat laatste duidt op het meebewegen ten aanzien van de verhuur van de ruimten; al het werk dat dat met zich meebrengt. Werk dat altijd voorrang krijgt. Er moet vaak snel gereageerd worden omdat zoekende mensen ongeduldig zijn, niet wachten op een antwoord, maar verder shoppen. Zo gaf ik bijna mijn volledige aandacht aan de verhuur van de ruimten. Toen bleek dat het Inspiratiehuis eigenlijk te klein was om voldoende huurinkomsten te kunnen genereren, kreeg ik van de een op de andere dag er een hele grote ruimte bij om te mogen gebruiken. De verhuur daarvan liep fijn, want er bleek vraag te zijn naar grote ruimten. En zo werden de verleidingen steeds groter…Grote groepen tot honderd mensen faciliteerde ik in mijn eentje. In het begin geeft dat een kick; het enthousiasme van de groepen die vergaderden, congressen die hun plek in het InspiratieRijk vonden, de verwondering en de bewondering van de ruimten. Het was hard werken en ik maakte lange dagen; veel organisatiewerk, administratie, koffie zetten, afwassen, opruimen. Het leverde geld op, maar in de loop van de tijd gaf het me steeds minder voldoening. De invulling van het Inspiratiehuis was uit balans geraakt. De programmering was bijna verdwenen. En natuurlijk zou ik dat anders kunnen organiseren. Dan zou ik iemand aan kunnen nemen, maar dan zou ik nóg meer in de facilitaire dienstverlening belanden, terwijl ik juist zo op zoek ben naar de inhoudelijke invulling van het Inspiratiehuis. Dus toen ik na de vakantie terug kwam en een grote groep faciliteerde stond me dat opeens zó tegen, dat ik mijn huur per direct opzei. Is dat moedig? Ik vind van niet. Het is opnieuw de beweging volgen die dit keer in mij, of van binnenuit wordt aangestuurd. Het is mijn innerlijke kompas die aangeeft dat mijn hart graag iets anders wil doen. Een innerlijke drive die zo sterk is, dat er enkel één keuze overblijft en dat is te kiezen voor de inhoudelijke programmering van het Inspiratiehuis. Daarmee kies ik voor een ander takenpakket en voor een ander leven.

Das objectiv Mögliche
Hoe start je dan volgend jaar? Wat ga je dan precies doen? Begin je dan opnieuw? Zoveel vragen. Van anderen. Bijzonder hoe de mensen die mij deze vragen stellen op zoek zijn naar zekerheid. Ikzelf zoek die zekerheid niet en heb die vragen ook niet. Misschien is dat voor hen wel net zo bijzonder. Ik ‘weet’ wat ik te doen heb en ik heb vertrouwen. Wat ik te doen heb is iets anders dan weten wat ik moet doen. En tegelijk zit daarin ook de verbinding. Begin ik opnieuw? Nee. Want als ik op mijn leven terugkijk dan zie ik mijn dromen en dat wat er van mijn dromen geworden is. Dan kijk ik naar het verleden als de geworden werkelijkheid. En dan zie ik hoe de puzzelstukjes van mijn leven zich met elkaar verbinden, zich tot elkaar verhouden, waardoor het beeld van de puzzel helder wordt. Als ik naar de toekomst kijk dan zou ik de toekomst ook kunnen zien als de ‘toekomende’ tijd; de toekomst komt dan op mij toe. Terwijl het objectief gezien nog niet zichtbaar is, kun je wel een vermoeden hebben. De toekomst zien als het nog niet-gewordene, het objectief mogelijke. Door dat vermoeden toe te laten, door daar open voor te staan, zet je de luiken open naar de mogelijke toekomst dat tot stand komt door het anticiperend bewustzijn.
Soms denk ik wel eens; Mijn weg is al aangelegd, ik hoef alleen maar zelf te besluiten erop te gaan lopen. En dát is een keuze. En omdat mijn innerlijke drive zo groot is kan ik dat nu niet meer weerstaan. Het is een ‘moeten’ met een t, van binnenuit aangedreven. Daar komt geen moed met een d aan te pas.

‘Das objectief mögliche’ krijgt voor mij handen en voeten door volledig ‘Ja!’ te zeggen tegen het boek dat door mij geschreven wil worden; mijn levensverhaal, om enerzijds zelf de kracht van kwetsbaarheid te ervaren en anderzijds om te beschrijven dat er zoveel meer mogelijk is als je jouw eigen kwetsbaarheid en die van de ander waarde geeft. En “Ja!”, ik wil levensverhalen van mensen helpen ontrafelen, omdat die verhalen zo mooi zijn en omdat ze helpen zicht te krijgen op wat je te doen hebt. Om je innerlijke kompas te vinden en te gebruiken, zodat je kunt bewegen van binnenuit. Te ervaren dat je daarvoor ook kunt kiezen in plaats van je enkel te laten leiden door wat er van buitenaf op je pad komt.

Moed als pure projectie van de ander
Moed. Een lastig begrip dat zo gemakkelijk in de mond ligt en zo vaak wordt gebruikt. Als iemand zegt iets moedig te vinden, wat zegt diegene dan eigenlijk? Ik denk dat die uitspraak veel zegt over de gever ervan. Als je mijn dochter, die auditie doet voor een solo-zang moedig vindt, denk ik dat je ook zegt; ik zou dat niet durven doen. Ik zou daar moed voor nodig hebben… Als je tegen mij zegt dat ik moedig ben door de stap te nemen om de huur op te zeggen, zou het maar zo kunnen zijn dat je daarbij ook denkt; ‘jeetje de verhuur loopt goed, dat genereert jouw inkomen, over de toekomst weet je nog niets met zekerheid te zeggen. Ik in jouw plaats zou dat niet zomaar opgeven en kiezen voor de onzekerheid zou ik ook niet doen’. Dat zouden toch maar zo jouw gedachten kunnen zijn. Dus wanneer je mij moedig vindt dan zeg je eigenlijk; als ik in jouw schoenen zou staan, zou ik daar moed voor nodig hebben. Stel dat dat waar is, dan zou je kunnen zeggen dat moed in ons dagelijks taalgebruik meer een projectie is van de ander, dan aan wie die moed wordt toegedicht. Toch?

Moed als bezieling van binnenuit
Over moed lees ik een mooi stukje in het boek; De moed tot het onmogelijke, waarin de wijsgerige inzichten van de theoloog Kierkegaard worden besproken. Kierkegaard zegt; De waarheid,(en daarmee bedoelt hij; de innerlijke waarheid of je innerlijke kompas), is de gedurfde onderneming om te kiezen voor de objectieve onzekerheid met de hartstocht voor het oneindige. Die gedurfde onderneming en die hartstocht… die resoneren bij mij en ook de woordcombinatie objectieve onzekerheid. En dan kom ik terug op de zin waarmee ik begon;
“Intuïtie gaat niet over de spontane ingeving of over wat het fijnst voelt, maar gaat over kiezen voor iets dat je angst inboezemt en wat toch heel sterk resoneert in je”. Voor mij komt deze zin, deze invulling wat intuïtie zou kunnen zijn, het dichtst bij wat ik moed wil noemen. Misschien liggen intuïtie en moed op eenzelfde lijn. Wanneer je in deze zin intuïtie vervangt door moed, dan krijg je; Moed gaat niet over de spontane ingeving of over wat het fijnst voelt, maar gaat over kiezen voor iets dat je angst inboezemt en wat heel sterk resoneert in je”. Dan is moed bezieling die van binnenuit komt en van binnenuit wordt gevoed. Waar je enkel ‘Ja’ tegen kunt zeggen.