Ken je mij…

Ken je mij…
Wanneer ik ben en jij bent is samen-zijn mogelijk

door Maria Mazarakis

Stel je eens voor; je kijkt in de spiegel en je ziet niets… Wat een gek beeld he?! Dit beeld gaf een vriend mij toen ik hem vroeg een tekening te maken bij het nummer ’Ken je mij’. Wat zegt dit beeld? Zegt het iets over dat ik niet besta? Dat ik niets ben… Dat ik kijk zonder mezelf echt te zien? Dat ik leef, zonder er echt te zijn? Of dat ik één ben met alles? Hoe vaak kijk ik in de spiegel en zie ik alleen mijn haar dat ik föhn, mijn lippen die ik rood stift, of de kussentjes onder mijn ogen. Dan zie ik stukjes van mezelf én alleen de buitenkant.

Voor een dienst in het witte kerkje in Gasselte schreven dr. Jan Vaessen en ik los van elkaar een preek, gebaseerd op psalm 139 en de moderne vertaling daarvan geschreven door Huub Oosterhuis; ‚Ken je mij’. Hieronder volgt mijn verhaal. Die van Jan vind je hier.

Wie ben ik?

Toen ik voor het eerst het nummer ’Ken je mij’ hoorde zat ik in een mindfulnes-training. We zaten allen voor een dansspiegel op een rij en vol in het licht. Die tekst… Zo, wat kwam die binnen. ‚Ken je mij, wie ken je dan, weet jij mij beter dan ik?’ Ik keek mijzelf recht in de ogen. Dikke tranen stroomden over mijn wangen. Had ik mezelf niet eerder in de spiegel gezien? Jawel! Maar dit keer keek ik blijkbaar met aandacht, zag ik mezelf helemaal en zocht de tekst van het lied in mij naar antwoorden. Ik voelde mijn verdriet van dat moment, ik zag het ook in mijn gezicht. Ik zag mijn tranen en ze mochten er zijn. Het ging eigenlijk verder dan dat; ík mocht er zijn, die vijf minuten. Dát… en de vraag als ik er mag zijn, wie ben ik dan?

Wie ben ’jij’?
Toen Jan Vaessen en ik dit avontuur samen aangingen vroeg Jan; ”wie is voor jou de ’jij’ in het lied? Ik realiseerde me dat ik de jij’ vaak heb bezongen als zijnde de ander en soms in hetzelfde lied was ik het ook zelf. Soms zing ik het lied zelfs met een boze ondertoon als ik vind dat de ander mij anders ziet dan ik ben, of wanneer ik boos ben op mezelf wanneer ik mij niet laat zien aan die ander, niet durf te gaan staan voor wie ik ben en wil zijn.

Ben jij de enige voor wiens ogen niets is verborgen en kan jij het hebben dat ik geen licht geef, niet warm ben, niet mooi en niet veel…. Dan ben ik zelf de ’jij’, omdat ik me blijkbaar niet kan voorstellen dat een ander mij zou willen en kunnen zien zoals ik werkelijk ben en ikzelf ook niet geneigd ben mij mooier te maken of te zien. Puur natuur. Zou dat niet veel teveel waar zijn… In deze context vertaal ik deze zin als; Jeetje hoe bizar is dat?! Wat maakt dat ik deze gedachte heb ! Nog steeds heb… zou ik eraan toe willen voegen. Want hoe diep snijden soms de wonden van veel eerder, die wel geheeld zijn, maar waarvan de littekens nog licht zichtbaar en voelbaar zijn. Ieder van ons heeft wel van die littekens… Pas wanneer we zelf de weg naar binnen gaan kunnen we onszelf ontmoeten en her-ontdekken. En als ik dat doe, vind ik daar mijn verdriet en mijn boosheid, maar ook mijn innerlijk vuur, mijn eigen wijsheid, mijn persoonlijke passie en nieuwsgierigheid naar het leven. Dan wordt mijn Zelf helder en zichtbaar. Dan ben ik er gewoon. Hoe fijn! En hoe moeilijk soms de weg er naartoe.

De ’jij’ in Psalm 139 is duidelijk God; alwetend, altijd nabij, mijn vader en moeder tegelijkertijd. Hij als enige Ziet mij zoals ik ben, zoals ik wil zijn, zoals ik wil worden… Misschien is het lied Ken je mij, geschreven door Huub Oosterhuis daar wel een antwoord op. Want God, wie ben jij dan? Ken jij mij? Weet jij mij beter dan ik?

’’Die zin die klopt niet mama! Weet jij mij beter dan ik, dat is geen goede zin”, zeggen mijn kinderen. Toen ik psalm 139 nog niet kende snapte ik die zin ook niet. Ik bedacht me dat het zou kunnen gaan over mijn ‚innerlijk weten’. Want als ik diep van binnen luister naar wat mijn Zelf mij te zeggen heeft, dan weet ik het ook, zelf. Als ik heel goed luister en er voor open sta.

Dus God, het Universum, mijn Innerlijk Weten misschien spelen jullie wel samen het spel dat leven heet.

Ik en jij, samen
Ik heb ontdekt dat als mijn ik opgaat in een wij, dat er dan geen sprake van samen meer kan zijn. Dan is er geen ruimte meer voor interactie. Als mijn ik opgaat in een wij, verdwijnt mijn ik. Dan is mij niet meer duidelijk wie ik ben en wat ik vanuit het diepst van mijn hart wil of fijn vind. Ik denk en handel vanuit wij. Er ontstaat spanning en opwinding en langzaam verdwijnt de veerkracht. Hoe moeilijk is het dan om ik en jij weer alle ruimte te geven; te ontdekken wie ik ben en wie jij bent. Twee mooie mensen. Kan ik zonder jou, of de ander? Nee, niet als ik in verbinding wil staan met het leven. Door te leven in het samen zijn met anderen geef ik betekenis aan mijn leven, ben ik onderdeel van een veel groter geheel en ben ik van waarde. Is ieder dan van waarde.

Leven vanuit verwondering en vertrouwen
Als ikéén woord zou willen spreken, dat waar en van mij is, dat raakt wie ik werkelijk ben, dan zou dat woord verwondering zijn. Dat woord dat ben ik gedurende mijn reis naar binnen meer en meer geworden. Verwondering in de betekenis van nieuwsgierig, open minded, ruimhartig en liefdevol. Naar mijzelf en naar de ander. Met verwondering kan ik nu terugkijken op mijn leven en zien waar ik nu dankzij dat verleden sta. Zo laat ik me meer en meer verrassen door mezelf en verrassen door de ander, vanuit het vertrouwen dat het leven, het universum, God of mijn Innerlijke Zelf het goed met mij voorheeft. Het vertrouwen daarin maakt dat ik mij over kan geven aan het leven zoals die zich aan mij ontvouwt. Vaak ben ik blij verrast en soms word ik verrast zonder dat blije erbij. Ook dat is het leven. Paul de Blot, hoogleraar spiritualiteit, hoorde ik een paar weken geleden zeggen: ’’Het is een kunst om te weten wie ik ben. Het maakt me machteloos en krachtig tegelijkertijd. Want wij zijn mensen die doodgaan en tegelijk leven. Als je de waarden van de dood niet herkent, herken je ook niet die van het leven. Als je nooit ziek bent geweest kun je nooit het leven waarderen en als je het duister nooit bent tegengekomen kun je ook het licht niet zien”. Zo is het, dacht ik.

Op elk moment mag ik dromen en stilstaan bij mijn diepste verlangen en weet ik dat elk mens, elke ander, ook dat diepere verlangen heeft. En dat ik en jij, waar ook in de wereld, elkaar nodig hebben om dat diepste verlangen te verwezenlijken. Dat kan ieder van ons niet alleen. Daarvoor heeft het ik de ander nodig. Om samen te leven, samen te ontdekken, samen te genieten en lief te hebben. Dan mag het leven een feestje zijn.

banner-vergaderlocatie

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*