Wachten… tot iets mijn leven laat beginnen?

vogelWachten… tot ’iets’ mijn leven laat beginnen?

Door Maria Mazarakis

Onmachtig wachten in den vreemde
„Het meest pijnlijke in het AZC is dat het vierentwintig uur open was. Juist dát versterkte het gevoel van onmacht. Want hier ben ik, ik dwaal rond in een gebouw met open deuren en wacht op een ambtenaar, ergens, tot hij mijn leven laat beginnen”, schrijft Rodaan Al Galidi in zijn boek ’Hoe ik talent voor het leven kreeg’.
Die vrijheid enerzijds en die immens grote onmacht anderzijds… Kun jij je dat voorstellen? Gemakkelijker is het om enkel stil te staan bij de vrijheid; Wij leven in een vrij land en onze nieuwe landgenoten nu toch ook?! Maar de kracht van de onmacht onderschatten wij.

„Dat boek van Rodaan Al Galidi, het gevoel dat het bij je oproept en waarover je vertelt, hoor ik als informatie” zegt een vriend mij. ”Bij jou zit het echt in je genen”.
Ik denk aan die keer dat er in Harkstede, waar ik ben opgegroeid, iets gestolen of weg was en men bij ons op de stoep stond om het terug te halen. Mijn vader was immers de enige buitenlander in het dorp. Of die keer dat ik op de middelbare school bij een gesprek stond dat ging over een Nederlandse vrouw die daar de toiletten schoonmaakte. Mijn klasgenoten riepen hard; ’’Laat dat toch de Turken doen, die zijn daarvoor”. Ik keek met grote verbazing, waardoor zij antwoordden; ”We bedoelen jou niet! Jij, bent één van ons.”

Eindeloos wachten
Mijn eerste grote ervaring met wachten was toen ik veertien was. Ik weet niet meer hoe we als gezin daartoe hebben besloten, maar ’we’ hadden bedacht dat het leerzaam en leuk zou zijn als ik een maand alleen op vakantie zou gaan naar Griekenland om de taal te leren met kinderen uit verschillende Europese landen. Kamperen in de bossen, dichtbij zee met Grieks als verbindende taal; leren in de praktijk. Ik ging samen met een meisje van negen, dochter van een Griekse kennis. Wat ik me herinner is een omvangrijk legertentenkamp, van enkel meiden, met daaromheen hoge hekken. Ik voelde me gevangen. De dagen bestonden uit samen eten, ‚s morgens en soms ‚s middags naar zee met tussentijds een lange siësta. Ik herinner me een grote rat die elke dag als we aten over de balken zwierf, filmavonden waarbij een kwart van de meiden een handdoek om hun haar gewikkeld had voor het bestrijden van luizen. We mochten het kamp niet af. Wel was het mogelijk om ons een uurtje per dag te bezoeken. Dan wachtte ons bezoek voor de hekken, tot de deur open ging. Als je een vakantie in Griekenland helemaal uitkleed, alle verfijndheid er af haalt, ook van het eten en je bedenkt dat je een maand lang met veel onbekenden, anders-sprekenden, dicht op elkaar een kamp deelt, dan krijg je een aardig beeld en gevoel van hoe het was. Voor mij was het een vakantie van wachten.

Het ’wachten’ in beweging zetten
Elke dag was hetzelfde, een maand lang. Ik was diep ongelukkig en schreef aan het einde van de eerste week een brief naar huis. Ik was het wachten beu en ook dat huilende kind van negen! Tegelijkertijd besloot ik te kijken naar mogelijkheden. In plaats van tijdens de siësta om de stikhete tent te scharrelen, ging ik in mijn eentje op pad in het kamp en zag ik dat de leidsters elkaar Griekse dansen leerden. Na een middagje kijken, vroeg ik de tweede middag of ik mee mocht doen. Zo vulde ik de siësta’s en had ik twee uur plezier. Daarbij werd ik één van hen en vroegen ze me mee als zij met elkaar een uitje hadden.

Van wachten naar ver-wachten
Tijdens mijn studie was ik al vroeg nieuwsgierig naar hoe mensen in beweging komen. Niet dat het niet fijn is om te wachten, de tijd te nemen, je eens te vervelen. Dat vind ik zelf erg fijn. Maar het wachten tot iets buiten jezelf gebeurt wat jouw leven zal bepalen, dát wachten maakt je afhankelijk en passief, ongeduldig, boos, verdrietig, onmachtig. Middels sociologisch onderzoek heb ik gekeken hoe je passiviteit van mensen in (re)organisatieprocessen om kunt zetten in actie. Zo ontdekte ik wat het doet met mensen, als je ze meeneemt en betrekt bij veranderingen of bij hetgeen je doet. Ze werden veel actiever en stonden positiever in het werk en het leven. Wachten maakt daarmee plaats voor ’verwachten’, vanuit hoop en vertrouwen.

Het leven mag beginnen
Als wij naar Griekenland gingen, naar familie, was mijn vader onze tolk. We spraken enkele woorden Grieks en regen die woorden aan elkaar, in de hoop dat mijn tante of neef er soep van kon maken. Als je van goede wil bent en op zoek gaat naar wat de ander jou wil vertellen, dan kom je echt een heel eind. We hadden hele gesprekken samen! Rodaan heeft het in zijn boek over ’asielzoekers’ als taal, waar de woorden van alle talen in het AZC als een ketting aan elkaar geregen werden. Als je wilde en de tijd nam, dan konden er mooie ontmoetingen plaatsvinden. Dat lukte tussen de bewoners, maar bijna nooit in hun ontmoetingen met Nederlanders.
Lezend in het boek van Rodaan werd ik zijn vriend, waardoor ik me sterk met hem verbonden voelde. Het greep me bij de keel toen hij in de hoek gezet werd door volwassenen en ze hem daar tot na sluitingstijd lieten staan, omdat zij van gekkigheid niet meer wisten hoe mensen te straffen. Voor niets. Het AZC was toen als een kweekvijver van gedweeë mensen, zonder hoop en uiteindelijk zonder vertrouwen in de mensen. Wat was ik blij te lezen dat hij, na acht jaar AZC zijn vrijheid kreeg en zijn leven kon beginnen. Het boek heeft me weer alert gemaakt oog te hebben voor het lange wachten van onze mede-landers, hen te betrekken bij onze samenleving, gelijkwaardig, met oog voor ieders talenten. Dan ontstaat er volgens mij veel moois.

banner-vergaderlocatie

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*